Leraren van het middelbaar onderwijs in Suriname hebben vandaag een petitie ingediend bij Vice President Ronny Brunswijk. In de petitie uiten zij hun bezorgdheid over de achterstallige betalingen, respectloze behandeling door beleidsmakers en het uitblijven van correcte inschalingen. De situatie heeft volgens de docenten een negatieve invloed op zowel hun financiële stabiliteit als de kwaliteit van het onderwijs.
De leraren hekelen onder meer de uitspraken van minister van Onderwijs, Henry Ori, die stelt dat leerkrachten geen extra vergoeding hoeven te verwachten voor extra werk. Daarnaast zou hij hebben gesuggereerd dat degenen die te veel uren maken, naar het psychiatrisch instituut moeten. Ook een opmerking van AVO-directeur mevrouw Poese, waarin zij beweert dat vakleerkrachten alle vakken kunnen verzorgen, heeft voor onrust gezorgd binnen het onderwijsveld.
Achterstallige salarissen en onbetaalde uren
Een van de belangrijkste eisen in de petitie is de onmiddellijke uitbetaling van achterstallige salarissen. Leraren die sinds 1 oktober 2024 in dienst zijn getreden, wachten al zes maanden op hun loon. Daarnaast wachten docenten op betaling van extra gewerkte uren en blijven parttime leerkrachten en gepensioneerde leraren verstoken van hun rechtmatige vergoedingen.
Eisen en ultimatum
De leraren eisen dat uiterlijk eind april 2025 alle achterstallige betalingen worden voldaan. Ook pleiten zij voor een respectvolle bejegening door beleidsmakers en een snelle en eerlijke inschaling op basis van behaalde diploma’s.
De onderwijsgevenden stellen een ultimatum: binnen een week willen zij een concreet en bindend antwoord van de regering. Indien hieraan niet wordt voldaan, kondigen zij aan hun acties te verscherpen.
Het is nog onduidelijk hoe de regering zal reageren op de eisen van de leraren, maar de onrust in het onderwijsveld lijkt toe te nemen.