Van Oud-Koffie-Kamp naar de stad: Het verhaal van een nu 78-jarige transmigrantenkind
Het verhaal van Rudolf Albitrouw (78) begint niet in het dorp Marshallkreek, maar aan de oevers van de Boven-Suriname-rivier. Daar, in Oud-Koffie-Kamp, liggen de wortels van meneer Albitrouw, zijn vader. Toen het water kwam en de oude dorpen onderliepen vanwege de bouw van het stuwmeer, werden de mensen gedwongen hun vertrouwde omgeving te verlaten. Ze werden getransporteerd naar nieuwe dorpen, zogenoemde transmigratiedorpen zoals Marshalkreek, Klaaskreek, Bronsweg-en Bergendal.
Nederland
Hij heeft achtendertig jaar in Nederland gewoond en besloot in 2006 terug te komen. In 2001 gingen de ogen van Rudolf langzaam achteruit. Dat gebeurde stap voor stap. Na een uitgebreid onderzoek in Den Haag bleek dat het zwart van zijn oog verkleurd was, waardoor zijn zicht sterk verslechterde. Dit heeft ertoe geleid dat hij behoorlijk slecht is gaan zien. “Ik zie nog wel vormen en contouren.
Zoon
“Mijn vader werd geboren in Oud-Koffie-Kamp. Mijn moeder, Gaander, was de dochter van Dominee Gaander, een gerespecteerde predikant die jarenlang werkte in het binnenland, in het dorp Ganzee. Het was daar, in het hart van het binnenland, dat mijn ouders elkaar leerden kennen. Mijn vader was onderwijzer en mijn moeder volgde haar vader in zijn werk als predikant. Hun wegen kruisten, en ik werd het enige kind uit hun huwelijk.”
Ik zie nog wel vormen en contouren.Rudolf Albitrouw
Rudolf is geboren in de stad, maar groeide op met het besef dat zijn wortels diep verbonden zijn met het binnenland. Zijn jeugd was niet altijd gemakkelijk. Zijn vader kreeg een overplaatsing naar Albina, en ik werd op jonge leeftijd naar het evangelisch kinderinternaat in de Steenbakkerijstraat gestuurd. Daar werden kinderen opgevangen van dominees en evangelisten die in het binnenland werkten. We waren als een grote familie: de kinderen van de Valie’s, de familie Monsels, Bloemenrijk, Vreugd — allemaal zaten we daar.”
Eenzaam
Als enigst kind voelde hij zich vaak eenzaam, verlangend naar de warmte van zijn ouders. Na een tijdje mocht hij terug naar huis, naar zijn ouders, om die geborgenheid weer te voelen. Maar het leven bracht hem opnieuw naar de stad, dit keer om bij de jongere broer van zijn moeder te wonen: meneer Nelis Gaander, op het erf van de stadszending. “Daar kreeg ik opnieuw een stukje familie, een plek om tijdelijk thuis te zijn.
Ziektewet
Op 50-jarige leeftijd werd hij afgekeurd, met behoud van salaris. Hij kreeg een uitkering tot aan mijn pensioen en kwam in de ziektewet terecht.”Ik ben een van de weinige zwarten die op PTT heeft gewekt. “Ik heb geluk gehad in Nederland.” Als jongeman in Nederland begon hij zijn loopbaan bij de PTT, de Post-, Telegraaf- en Telefoondienst van Nederland — wat later bekend werd als de KPN. Hij werd aangenomen op de computerafdeling, een indrukwekkende plek met een grote zaal vol enorme computers en draaiende haspels, waarop alle gegevens uit het hele land binnenkwamen. Zijn taak was om die haspels in de gaten te houden en tijdig te vervangen wanneer ze vol waren. De verantwoordelijkheid was groot: een fout kon betekenen dat duizenden mensen geen geld uitbetaald kregen.
Overplaatsing
Hij vond het werk spannend, maar ook best griezelig. Er werd van je verwacht dat je na één avond inwerken alles alleen kon. Dat voelde voor mij te zwaar. De diensten waren ook pittig, met ochtend-, middag- en avonddiensten, en het werk werd bovendien niet geweldig betaald. Al snel besloot ik dat ik liever iets anders wilde en vroeg ik of er een andere functie voor mij beschikbaar was.
Tot zijn opluchting kwam die mogelijkheid al binnen zes maanden, nog voordat mijn proeftijd voorbij was. Hij werd overgeplaatst naar de administratieafdeling, waar hij een soort secretariaatsfunctie kreeg binnen een technisch team. Wanneer er vergaderingen werden gehouden, maakte hij verslagen van de notulen, werkte die uit, typte alles netjes uit, inclusief kleine technische tekeningen die hij moest overnemen. Ook het archiveren en het beheren van technische documentatie hoorde daarbij. Dit werk paste veel beter bij hem, en hij deed het met plezier.
Overplaatsing
Na ongeveer drie jaar werd hij opnieuw overgeplaatst, zoals gebruikelijk was binnen het bedrijf. Er werd gewerkt met een rotatiesysteem, waarbij hij om de paar jaar in een andere afdeling werd ingezet. Zo belandde hij op de boekhoudafdeling, waar hij zich bezighield met de verwerking van facturen van verschillende bedrijven. Elke factuur werd gecontroleerd: was de bestelling juist geleverd, klopte de facturatie, en waren er geen fouten? Hij overlegde regelmatig met bedrijven en maakte alles gereed voor betaling. Zijn chef moest uiteindelijk alle stukken goedkeuren en ondertekenen.
Dankbaar
Na de boekhoudafdeling kwam hij terecht bij een technische afdeling die zich bezighield met telefooninstallaties en moderne telecommunicatietechniek. Zo leerde hij steeds meer facetten van het bedrijf kennen. In totaal heeft hij 23 jaar voor de PTT gewerkt, waarbij hij verschillende afdelingen doorliep, veel verantwoordelijkheid droeg en steeds opnieuw kon groeien. “Uiteindelijk ging ik met vervroegpensioen, dankbaar voor alle ervaringen en de stabiliteit die het werk mij heeft gegeven.”