Van Pastadon naar pijn: Roberto Lijmpot verliest zijn levenswerk in een vlammenzee
De geur van verse pasta en gegrilde kip hangt nog in de lucht als Roberto Lijmpot, beter bekend als “Pastadon,” zijn zaak donderdagavond afsluit. Hij checkt alles twee keer, zoals altijd. Geen brandende kaarsen, geen elektrische apparaten aan, niets wat gevaar zou kunnen opleveren. “Ik gebruikte een pan om kip te bakken en een grillpan, maar ik gebruikte geen stroom om te koken,” zegt hij in een interview met De Snelle Pen. Tevreden loopt hij naar huis, onwetend dat hij zijn zaak voor de laatste keer in intacte staat heeft gezien.
Brand
Nog geen twintig minuten later trilt zijn telefoon. Een vriend aan de lijn. “Bro, je zaak staat in brand.” Ongeloof. Een rare grap, toch? Hij vraagt om een videogesprek. En dan, met eigen ogen, ziet hij het ondenkbare: zijn zaak, Gillis Pastaria and More, in lichterlaaie. De vlammen likken aan de muren, zwarte rook stijgt op naar de nachtelijke hemel. Zijn bron van inkomsten, zijn trots, zijn harde werk – alles verdwijnt in een vuurzee.
De gymzaal achter mijn zaak en de oliebollenkraam aan de andere kant van het terrein bleven ongedeerd. Het voelt vreemd. Waarom alleen mijn zaak?Roberto Lijmpot
“Ik rende erheen, maar ik kon niets doen. De brandweer was er al, maar het voelde alsof ik machteloos toekeek hoe mijn leven in rook opging.”
Oorzaak onbekend
De oorzaak? Nog onbekend. Van de brandweer heeft hij nog niets gehoord, het rapport moet hij maandag bij de politie ophalen. Maar wat hij wél weet, is dat het pand niet verzekerd was. “De eigenaar heeft me nog niet gesproken. Het enige wat hij zei was: ‘Je hoort nog van me.’” Die woorden echoën in zijn hoofd.
Zijn klanten, mensen die hem kennen als de man die altijd met liefde kookte en nooit opgaf, reageren geschokt. Sommigen bieden hulp aan via Facebook. “Dat doet me goed,” zegt Roberto, terwijl hij door de reacties scrollt. Maar het verzacht de klap nauwelijks. Hij heeft álles verloren. Zijn keukeninboedel, zijn pasta, zijn plannen. Alleen zijn vriezer en koeling waren aangesloten op stroom, en zelfs die heeft hij niet meer.
Vreemd
Wat hem nog het meest verbaast? De gymzaal achter zijn zaak en de oliebollenkraam aan de andere kant van het terrein bleven ongedeerd. “Het voelt vreemd. Waarom alleen mijn zaak?”
Hij moet opnieuw beginnen, dat weet hij. Maar niet op dezelfde plek. Het risico is te groot. “Ik werkte zeven dagen per week. Dit was mijn leven. Nu moet ik alles opnieuw opbouwen.” Terwijl hij de smeulende resten van zijn zaak bekijkt, haalt hij diep adem. De pijn is rauw, het verlies onvoorstelbaar. Maar ergens in hem borrelt nog een sprankje hoop. Hij heeft altijd gestreden, en dat zal hij nu ook doen. Maar hoe? Dat is de vraag die hem, tussen de rook en de ruïnes van zijn droom, het meest bezighoudt.