“We deden het met krantenpapier”
Ricardo Millien, kwam eenendertig jaar geleden, als 11-jarige met zijn broer en ouders vanuit Haïti naar Suriname, voor een beter bestaan. Het opbouwen van dit bestaan, bracht tegenslagen en obstakels met zich mee. “Ik schaamde me voor de woning waarin we toen verbleven. Het was een krot en het erf veranderde bij de kleinste regens in een modderpoel. Ik wilde niet dat mijn klasgenoten moesten zien, waarin ik verbleef,” blikt Millien terug. De woning had geen binnen toilet. De behoefte werd in een erf privaat gedaan en afgedaan met krantenpapier. “Als de krant droog was, moesten we het natmaken. Toiletpapier no’ ben e bai. Terwijl je ligt te slapen doen vleermuizen hun behoefte op je lichaam.” Toen Millien begon te werken, liet hij een toilet opzetten. Op een later moment huurde hij een appartement. “Ik werkte in een winkel en kwam tussendoor thuis om te koken. Vanaf 16.00 stond ik weer in de winkel tot en met 23.00.” Dit vormde Millien tot een doorzetter. Elf jaar geleden, schafte hij zijn eerste voertuig aan bij zijn vroegere werkgever, CHM. Er kwam een tweede en hij begon met het verhuren van auto’s onder de naam Ricardo Rent A Car. Zijn wagenpark breidde zich al gauw uit naar iets meer dan twintig auto’s.
Uitbreiden
De ondernemer heeft sinds kort, zijn vleugels uitgeslagen naar Curaçao en denkt eraan om ook de Jamaicaanse markt aan te doen. “Suriname heeft veel kansen om te kunnen ondernemen. Als je niet begint, ga je het ook niet zien. Dat ik de mogelijkheid heb om te ondernemen, noem ik genade. Ik probeer op deze manier verder te gaan,” vertelt de gedreven autohandelaar. Hij haakte af van school om iets voor zichzelf te doen. “Ik rondde de school niet af, dus ik moest m,n eigen baas worden.”
Nu kan ik me dure broeken en truitjes permitteren. Fu mek’ mi yeye breyti Ricardo Millien
De autohandelaar licht toe dat hij zich onderscheid van de rest in de branche. “Er zit meer in autoverhuur dan slechts auto’s in een garage hebben. Er moet een goede verzekering voor de chauffeur, als de inzittenden worden afgesloten. De auto moet voorzien, zijn van deugdelijke banden. Het is raadzaam dat het voertuig allrisk verzekerd is. Als je zaken doet, moet je het goed doen. Ik geef niet op, waaraan ik eenmaal begonnen ben.” Hij streeft ernaar om de beste Car Rental in het Caribisch Gebied te worden. “Maakt niet uit op welk punt ik vandaag ben, voor mij geldt de volgende stap.”
In 2020 kreeg zijn onderneming een klap. Door de Corona-crisis ging de autoverhuur op z’n gat. Hij was genoodzaakt een deel van de auto’s te verkopen, omdat de voertuigen bleven, zitten. Nu verhuurt hij zijn auto’s via onlinereserveringen. “Suriname heeft mij gemaakt,” spreekt hij vol blijdschap. Trots op wat hij heeft bereikt in het land, denkt hij niet aan opgeven. “Je hoeft geen groot kapitaal te bezitten om te kunnen, ondernemen. Business doen, wil zeggen jou beschikbare geld verdubbelen. Ik vind crisistijd goed om creatief te zijn en om aan iets te beginnen,” weet de ondernemer.
Moeilijke tijden
Hij heeft in de moeilijke dagen tussen de vierde- en vijfde rijweg gewoond. “If alen be kon, a ben de wan probleem. A dyari ben e sungu, het werd drassig en groen. Het huis was van oud hout. Alasani be but’butu aan de woning. Er was ook geen waterleiding. Ik moest afstanden, door het modder op blote voeten afleggen, om water te vullen.”
Als jeugdige moest hij ‘s morgens koken om zodoende rijst naar school mee te nemen. “Andere leerlingen brachten brood van huis of kochten brood op school. M,n broer en ik wilden niet met een warme maaltijd op school verschijnen. Dus, we aten ‘s morgens warm thuis en op school hadden we niets om te eten,” schetst hij een deel van zijn armoedige jonge jaren. De situatie in huize Millien was dusdanig, dat hij een broek bij de buurjongens moest, lenen als hij wilde stappen. Nu heeft hij broeken en truitjes in merken en hoeveelheden. “Ik kan het nu wel kopen en doe het voor mezelf, fu mek’ mi yeye breyti.”
Millien: “Ik ben mijn ouders dankbaar. Ze verlieten Haïti voor een beter bestaan. Rond mijn 8e levensjaar keerden mijn ouders terug naar hun geboorteland. Toen wist ik wie m,n ouders waren. Ik leefde in de veronderstelling dat me oma en opa m,n moeder en vader waren. Als m,n ouders me meer konden geven, hadden ze dat gedaan. Nu kan ik elke dag eten en drinken wat ik wil. Ik kan niet zeggen dat ik het slecht heb, anderen hebben het slechter. Als ik eet vraag ik aan God om degene te gedenken die niets te eten hebben. M,n vader heeft me niets kunnen geven, omdat hij het ook niet had. Maar hij zorgde dagelijks voor olie, rijst, groente en vlees,” uit Millien zijn dankbaarheid.